Historie Stelling van Willemstad

Hoewel de stad Willemstad in 1583 werd gesticht, gaan de eerste tekenen van bewoning van dit gebied vele duizenden jaren terug. In 1968 vond men bij de aanleg van de Deltawerken een circa 6.500 jaar oud eikenhouten beeldje: het Mannetje van Willemstad. Het werd in een veenlaag op 8 meter diepte tussen de restanten van de wortels van een eik gevonden. In het mesolithicum moet het doelbewust tussen die wortels zijn geplaatst. Door de snelle stijging van de grondwaterspiegel kwam het in een gunstig conserverend milieu terecht en bleef het gespaard voor het nageslacht.

Het 'Mannetje van Willemstad' is een menselijk figuurtje waarvan alleen het hoofd herkenbare trekken heeft. Aanvankelijk werd getwijfeld aan de echtheid, vooral omdat er geen andere voorbeelden van bekend waren. Die zijn er nu wel, zodat het beeldje niet meer omstreden is.

Naar de functie van het beeldje kan slechts gegist worden. Het zou een speelgoedpopje kunnen zijn geweest, maar ook een ritueel voorwerp. Er zijn immers inheemse volken die nu nog leven zoals de jagers/verzamelaars uit het mesolithicum. Die gebruiken rijk versierde voorwerpen bij sjamanistische rituelen en begrafenisceremonies. Het Mannetje van Willemstad zou zo'n functie gehad kunnen hebben.

De eerste signalen van duidelijke bewoning vinden pas vele eeuwen later plaats. Halverwege de 16e eeuw ontstond in dit gebied het dorpje Ruigenhil. Ruigenhil kreeg in 1565 langzaamaan gestalte in de in dit gebied gelegen gors, die door Jan IV van Glymes, markies van Bergen op Zoom, was ingepolderd. Op 17 juni 1583 na de Slag bij Steenbergen namen de Spanjaarden Steenbergen in. Willem van Oranje liet Ruigenhil daarom versterken tot vesting. Na diens dood in 1584 verleende zijn zoon, Prins Maurits, de plaats in 1585 stadsrechten. Willems stad kreeg de officiële naam Willemstad.

Prins Maurits liet de 'fortificatiemeester' Adriaen Anthonisz de vesting uitbreiden tot zijn huidige vorm van een zevenpuntige ster. De bastions op de punten van de ster werden ieder genoemd naar een van de zeven provinciën die zich hadden verenigd in de strijd tegen Spanje. De plattegrond van het stadje past zo goed bij de vestingwerken dat vaak gedacht wordt dat beide tegelijk ontworpen zijn. In eerste instantie telde de vesting vijf bastions en twee kleine forten. De vesting is later meerdere malen verbeterd.

https://www.youtube.com/watch?v=hHTuuiOS1IE

 

 

Koepelkerk

Oude Raadhuis
Ook werd, door Coenraat Norenburch, in Willemstad een protestantse kerk gebouwd, de Koepelkerk (1607). Dit is de eerste voor de protestantse eredienst gebouwde kerk in Nederland. Prins Maurits verleende financiële steun voor de kerk, op voorwaarde dat deze in een ronde of achtkante vorm zou worden gebouwd. In 1623 liet Maurits in Willemstad de Princehof bouwen (tegenwoordig Mauritshuis). Het gebouw was vanaf 1973 het stadhuis van de gemeente Willemstad, tot Willemstad in 1997 opging in de gemeente Moerdijk.

Er bestaat nog altijd een band tussen Willemstad en de familie Van Oranje; een van de titels van Willem-Alexander is Heer van Willemstad. Zie Titels van de Nederlandse koninklijke familie.

Willemstad doorstond in 1793 een beleg door de Fransen, maar werd overgegeven na de val van Bergen op Zoom. In het begin van de 19e eeuw werd Willemstad bezocht door koning Lodewijk Napoleon op 27 en 28 april 1809 en door diens broer keizer Napoleon Bonaparte op 4 oktober 1811. De keizer gaf opdracht tot de bouw van een kruithuis. Na de Engelse invasie, tijdens de Walcherenexpeditie, versterkten de Fransen de kustverdediging met twee forten ten zuiden van Willemstad: Fort Sabina Henrica en Fort de Hel.

In 1874 werd Willemstad het centrum van de Stelling van het Hollandsch Diep en het Volkerak. Het moest Holland beschermen tegen troepen die vanuit Brabant het Hollandsch Diep wilden oversteken en de toegang voor schepen naar het Hollandsch Diep afsluiten. In 1922 vertrok het garnizoen definitief uit Willemstad.

In mei 1940 kwam het zover dat Willemstad werkelijk een bescheiden rol in de verdediging van Nederland speelde, aan het Zuidfront van Vesting Holland. Al sinds de mobilisatie had Willemstad weer een bescheiden garnizoen van troepen die het vestingstadje in geval van oorlog als voorverdediging van de positie Numansdorp moesten verdedigen. Met name het veerpunt was daarbij van belang. Op de vierde oorlogsdag, 14 mei 1940, kwam een Duitse verkenningseenheid met pantserwagens richting Willemstad. Na een korte schermutseling werd de verdediging opgegeven en viel Willemstad in Duitse handen. De Duitsers zouden tijdens de oorlog de oude maritieme waarde van Willemstad weer enig blazoen geven. Enkele kazematten werden op de oude wallen gebouwd en een bescheiden garnizoen was aanwezig om ze te bezetten.

Op 30 mei 1940 liep ter hoogte van Willemstad een binnenvaartschip, de Rhenus 127, op een Duitse magnetische mijn en zonk. Op het schip bevonden zich Belgische krijgsgevangen militairen die afgevoerd werden naar Duitsland. Volgens een Duits rapport waren er 167 doden; het werkelijke aantal is echter veel hoger. De meesten van hen werden begraven op een Erekerkhof bij de haven.

Tot 1 januari 1998 was Willemstad een zelfstandige gemeente; sindsdien is het een deel van de gemeente Moerdijk.